Het gezicht van het KNMI

“Hallo, spreek ik met het KNMI? Ik zit bij een sportwedstrijd op een terras en er komt een bui aanzetten. Kunt u even op de radar kijken of het lang gaat regenen en of nog meer buien komen?” Zo maar een vraag die binnenkomt bij de persvoorlichting van het KNMI. Harry Geurts en Monique Somers vertegenwoordigen het gezicht van het KNMI. Samen zijn ze op werkdagen paraat als vraagbaak van het KNMI, buiten kantooruren staan zij altijd klaar voor de pers.

Monique Somers (37) en Harry Geurts (48) werken nu een paar jaar samen bij de afdeling interne & externe communicatie van het KNMI. Deze afdeling bestaat uit een aantal onderafdelingen, waaronder de bibliotheek en huisdrukkerij. Samen verzorgen Harry en Monique de voorlichting naar pers en publiek. Als het stormt, zwaar hagelt of wanneer een nieuwe klimaatrapportage verschijnt is er werk. Maar ook een aardbeving in Limburg of El Salvador betekent voor beiden werk. Radio en televisie willen gelijk horen wat er is gebeurd en meer informatie over de achtergronden. Het KNMI is hiervoor hèt weer-, klimaat- en seismologisch kenniscentrum in Nederland.

Monique werkt 22 uur per week bij het KNMI en is daarnaast weervrouw op de Amsterdamse televisiezender AT5, die sinds kort in heel Noord-Holland uitzendt. Zij is bij velen al bekend als vroegere weervrouw van het NOS Journaal. Harry kennen we allemaal binnen de vereniging. Hij is een van de medeoprichters van de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie. Hij werkt 32 uur per week bij het KNMI. “Meestal valt mijn wekelijkse vrije dag op de mooiste dag van de week. Zoals vorige week donderdag 15 februari. Toen was het de eerste lentedag van dit jaar in de nieuwe eeuw. Ik ben speciaal naar Limburg gereisd met mijn echtgenote Marjanne, om daar te wandelen. Achteraf was het in Soesterberg 14.5 graden en in Limburg 12 graden, maar mij warm genoeg”, aldus Geurts. Voor Monique hangt haar favoriete weer ervan af of ze moet werken of niet. “In mijn vrije tijd wil ik zonnig lenteweer. Als ik op het KNMI ben wil ik storm. Veel situaties met weeralarm in elk geval.”

De weerkundige en seismologische vraagbaak van Nederland

Via het laagdrempelige e-mail komen veel vragen binnen, maar ook de telefoon is niet rustig. Niet alleen de pers, maar ook scholieren, studenten, amateurs, bedrijven en politici staan zij te woord. De overheid heeft deze taak bij het KNMI neergelegd. Het KNMI is een agentschap van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en Harry en Monique doen dit graag. “Soms werken we als een tussenstation. We gaan niet iedereen op het KNMI lastig vallen met vragen.

Als we voor elke vraag een wetenschapper moeten storen, dan komen die niet meer aan hun werk toe. We vangen veel op door zelf antwoord te geven, maar ook verwijzen wij naar de informatie die we zelf op de voorlichtingspagina van de KNMI-website zetten. Dat werkt heel effectief. Zo kunnen mensen zelf zoeken. Voor diepere vragen uit bijvoorbeeld de politiek fungeren we als tussenpersoon, zowel intern als extern. Sommigen vinden het vreemd dat we doorverwijzen naar een commercieel weerbureau, maar dat zijn geen concurrenten meer voor ons. Niet iedereen weet dit”, zegt Geurts.

Ook in de avond en nacht zijn beiden bereikbaar. Daarbij wisselen ze elkaar per week af. Ze staan de pers te woord of passen de KNMI-website vanuit huis aan. “Het valt wel mee de drukte. Afgelopen weekend was een aardbeving in Limburg en in totaal ben ik daar twee uur mee bezig geweest. Ik heb een bericht geplaatst op de website van het KNMI. Dat doe ik van huis uit. Ik hoef daarvoor niet naar De Bilt. Een seismoloog is voor deze aardbeving wel naar het KNMI gegaan”, zegt Monique.

Houd je kleintjes droog!

Hoe meet ik het ozongat op Antarctica?

Monique viel in het begin heel erg de uiteenlopende soort vragen op die binnenkwamen. “Dan moet ik ineens weten wat de temperatuur in Nieuw-Guinea is of wil iemand een interview, maar weet de vragen niet. Interviews geef ik trouwens nauwelijks. Vooral met de zonsverduistering kwamen veel vreemde vragen binnen, zoals de ondertussen bekende vraag of een paard ook een eclipsbril op moet.

Een mevrouw belt me op met het verhaal dat ze onder behandeling is van haar psychotherapeut, omdat ze bang is voor onweer. Haar therapeut heeft haar geadviseerd contact op te nemen met het KNMI, wellicht dat achtergrondinformatie over onweer haar gerust stelt. Soms zijn wij niet alleen een vraagbaak, maar ook psycho-/sociaal-/…therapeut!”

Een enkele keer moet Harry langer nadenken waar hij met de vraag in de organisatie naar toe kan. Zo specialistisch kunnen vragen zijn, maar dat zijn uitzonderingen. “Met andere vragen ben je snel klaar. Dan vraagt iemand of hij Erwin Kroll aan de telefoon mag, maar die werkt hier niet. Sterrenkundige vragen verwijs ik door naar De Koepel en voor een weerbericht verwijs ik naar Teletekst of de KNMI-internetpagina. Ook had ik iemand met vragen over het ozongat op de zuidpool. Die wilde zelf gaan meten en vroeg hoe hij dat moest doen.”

Breed lachend vertelt Harry over iemand die twijfelde aan de deskundigheid van het IPCC. Een groep wetenschappers uit alle landen die zeer deskundig zijn op klimaatgebied. “Toen het IPCC met een klimaatrapportage kwam en zei dat de aarde door het CO2-gehalte 0.6 graden zou opwarmen, kreeg ik meteen telefoon van iemand. Het klopt niet zei de persoon, want hij had het nagerekend en het zou maar 0.3 graden warmer worden. Ik heb toen gevraagd of hij het wel goed had uitgerekend, want het IPCC is heel deskundig.

Het werk is wel veranderd. Zo hebben we de laatste jaren Internet zien opkomen. Ik ben blij dat ik van de commercie afben. We zijn nu een groothandel in weerproducten en informatie, die levert aan andere instanties. We dienen geen commerciële belangen. Alles op internet van het KNMI mag worden gebruikt, mits het KNMI als bron wordt vermeld.”

Dit artikel is verschenen in Weerspiegel in 2001