VVV Schalkwijk

Het is maandagavond. Ik zit in de trein van Utrecht naar Houten. Halverwege de reis ontdek ik een beroemde Schalkwijkse in de coupe. Ze lacht gematigd hard, precies zoals ik haar ken. Warempel denk ik. Schalkwijkers die met de trein reizen. Zo zie je nog eens wat.

Bij aankomst in Houten staat ze voor me. Ze herkent me niet, ondanks dat ik een paar jaar geleden een halve middag met haar heb opgetrokken. Ze is in gesprek en ik wil haar niet storen. Maar ergens vind ik het wel fijn dat niet iedereen me kent. Een Houtenaar staat naast me. Hem ken ik ook en hij mij kennelijk niet meer. Dat is begrijpelijk, want ik kwam hem alleen maar tegen op feestjes, waarbij we allebei laveloos waren. Sommige mensen wil je gewoon niet nuchter kennen.

De Schalkwijkse stapt uit op ons beroemde noodperron en ik hoor haar zeggen dat ze de auto achter de apotheek heeft gezet. De fiets zag ze niet zitten met al die opgebroken wegen in Houten. Ik geef haar geen ongelijk. Houten en vooral Houten-Zuid is al jaren een drama om fietsend te doorkruisen. Ook al denkt de gemeente daar compleet anders over. Ik zelf ben wel op de fiets en vraag me af wat er aan mij knaagt. Ach natuurlijk, Schalkwijk, Schalkwijk, Schalkwijk. Elk moment kan die bulderende stem vanaf de Jhr Ramweg komen. “Waar blijft de column toch in hemelsnaam?”

Help de tijd vliegt. Echt. Zo tik je een verhaal, krijg je reacties van enkele Schalkwijkers en zo buldert die stem weer door de telefoon. “Waar blijft je verhaal”. Gelukkig nam de laatste keer mijn vrouw op, maar mijn hemelsnaam waar moet deze  7e column over gaan? Ik zwerf door heel westelijk Nederland en dankzij de vakanties (wat fijn dat iedereen is opgehoepeld naar Frankrijk, Thailand of Cadzand) rijd ik zelfs met 160 kilometer per uur over de snelwegen.

Ik race over de A27, A12, A4, A2, A9, A22 en de N11. Maar niet meer door Schalkwijk. Ik lees snel iets in het AD over dat de Tour de Schalkwijk is gewonnen met één seconde verschil. Ik hoor mijn Schalkwijkse neefjes praten en ze vinden het er saai, maar de mensen zijn wel aardig zeggen ze. Maar uiteindelijk constateer ik: “als je 3 kilometer van Schalkwijk afwoont, kun je leven alsof Schalkwijk helemaal niet bestaat.

Ja, dat is schokkerend voor iemand die na een lange staat van dienst zich “echte Schalkwijker” kan noemen. Maar helaas het is niet anders. Want wat blijkt. Waar ik ook kom. Utrecht, Den Haag, Amsterdam of in kleinere plaatsen zoals Alkmaar, Beverwijk, Alphen aan de Rijn. Niemand kent Schalkwijk in Utrecht.

Misschien is het een idee als de Schalkwijkse belangengroep het dorp op de nationale kaart gaat zetten. Dat we hier aan de andere kant van het kanaal horen wat er zo moois is aan Schalkwijk. Niet meer zeggen wat verkeerd is en absoluut niet kan. Maar het creëren van een positief geluid. Misschien komt er dan een lichte stroom toerisme op gang, waardoor de lokale werkgelegenheid stijgt. Dat moet toch kunnen. Gewoon een VVV Schalkwijk beginnen. Ik weet zeker dat Schalkwijk meer heeft te bieden dan een suf toeristisch dorp zoals Baarle-Nassau/Hertog.

Gepubliceerd in Schalkwijks Journaal, herfst 2008